Honderden iOS (iPhone & iPad) vacatures en Android banen

The Blogmobile

Vijf lessen voor goede app-introducties

Hoe ziet een goede introductie in een app eruit? Sommige ontwikkelaars zweren bij korte introductieschermen, anderen willen juist een zo volledig mogelijke on-boarding van gebruikers in een app. Appmeister Bart Breij, appadviseur van beroep, zet vijf apps met lessen voor goede app-introducties op rij.

1. Weg met de overlays

Een les van LinkedIn Pulse
Voordat nieuwsapp Pulse werd overgenomen door LinkedIn, was het een vrij ingewikkelde applicatie. Op het hoofdscherm scrollde je naar onderen voor meer categorieën nieuws, maar je kon ook zijwaarts scrollen om meer verhalen binnen een categorie te zien. Zo’n dubbele scroll op een pagina is weinig intuïtief en dat hadden de ontwerpers van Pulse ook door. Daarom legde Pulse eerst een donkere ‘overlay’ op de interface. Voordat je de app kon bedienen, kreeg je met handschrift-achtige tekstjes aangewezen waar welke knop en functie zat. Eigenlijk gaven de makers gewoon toe: onze app is niet logisch genoeg.

Maar zo rond 2012 deden bijna alle apps het. De ene app nog extremer dan de ander. Zo waren er apps die uitlegden waar de menuknop zat, of waar je de zoekfunctie kon vinden. Terwijl de apps gewoon de algemeen geaccepteerde icoontjes daarvoor gebruikten, en het dus helemaal niet nodig was. Maar soms lag er ook een volledig zwart scherm over de interface. Dan werd na elke tik één knop uitgelicht, inclusief een instructie wat je daarmee kon doen. Tik op het scherm: volgende uitgelichte knop. En dat dan een handvol keer. Voordat je ook maar de interface, ofwel de eigenlijke app had gezien. Oei.

Gebruikers wilden zo snel mogelijk ontsnappen uit die benauwende, donkere introductieschermen. De overlays werden dan ook afgeserveerd. Je ziet ze amper nog in apps en dat is begrijpelijk. Op een gegeven moment wil je met de app spelen, wil je terecht komen in de omgeving waarvoor je de app installeert. Rek de introductie dus zeker niet te lang op. En leg niet je interface uit, maar wat je gebruiker aan de app heeft.

2. Zeg het met een animatie

Een les van TomTom Go
Veel apps leggen hun beste eigenschappen uit in drie tot vijf introductieschermen waar je doorheen veegt. Als er meer schermen zijn, hebben gebruikers de neiging om uitleg over te slaan of zelfs om de app af te sluiten. Daar gaat je gebruiker. TomTom heeft in zijn navigatieapp TomTom Go een leuke manier gevonden om wél meer informatie in de introductie te verwerken.

De app verwelkomt je met een animatie waarin eerst wordt uitgelegd dat je de app zonder internetverbinding kan gebruiken. Zo benoemt ze meteen hét pluspunt ten opzichte van de gratis alternatieven Google Maps, Waze en Apple’s Kaarten. Maar daarna zie je dat de app ook nog meer in zijn mars heeft. Centraal in beeld zit een poppetje alsof hij achter het stuur zit. De weg trekt aan hem voorbij en daarmee ook de functies van de app. Als er meer mannetjes op de weg voor hem zitten, neemt hij een afslag en ‘rijdt’ hij de andere mannetjes voorbij. Veel beter kan je het begrip ‘actuele verkeersinformatie’ in een navigatieapp niet uitbeelden. Als gebruiker zit je de animatie wel even uit. Onderin beeld zie je dat de voortgangsbalk net als bij een korte YouTube-video lekker opschiet. Na de animatie weet je niet alleen de verschillen tussen TomTom Go en de concurrentie, maar denk je ook: dit is een leuke, verzorgde applicatie die ik een kans ga geven.

3. Vraag of de gebruiker uitleg wil

Een les van Letterpress
Wie kent Letterpress nog? Het iPhone-woordspelletje haalde bij lange na niet het succes van Wordfeud, maar in het najaar van 2012 gooide het wel hoge ogen door zijn briljante afwerking. Zo toont Letterpress na het opstarten meteen een eigen laadanimatie. Iets piepkleins waardoor je als gebruiker vanaf moment één de gedachte hebt iets bijzonders in handen te hebben. ‘Ik probeer nu iets waar de maker écht aandacht aan heeft geschonken.’ In het geval van Letterpress moest het ook wel, want de app vraagt daarna meteen om toegang tot je Apple Game Center-account. Dan moet je als gebruiker de app dat wel gunnen. Details als fraaie animaties in een goede introductie kunnen ervoor zorgen dat een gebruiker ‘gunt’ dat een app pushberichten wil sturen of een GPS-locatie wil raadplegen.

Maar er is nog een reden waarom Letterpress in dit lijstje staat. Het vráágt de gebruiker of hij uitleg wil krijgen over de app. Je mag zelf kiezen. Zo pareert het spelletje de discussie hoe effectief uitlegschermen in een app zijn. De uitleg is er voor degene die het wil hebben, maar het is zonder morren over te slaan voor degene die ze niet wil zien.

4. Zeg niet wat je app kan, maar wat de gebruiker aan je heeft

Een les van Dropbox
Dé speler die het begrip ‘cloudopslag’ groot heeft gemaakt, heeft inmiddels zware concurrentie. Iedereen kent Dropbox wel, maar waarom zou je de dienst gebruiken als je bij Apple iCloud cadeau krijgt en Google Drive meer gratis opslagruimte biedt? Dropbox heeft zichzelf nog niet heruitgevonden. Ze heeft nog niet een unieke feature die de concurrentie nog niet heeft. Maar wat Dropbox wel heeft gedaan, is nieuwe gebruikers op een ludieke manier binnenhalen in de app.

De introductie van Dropbox bestaat niet meer uit een aantal schermen die uitleggen hoe de app werkt. In plaats daarvan word je verwelkomd door een geanimeerde schets, die het handzame van de dienst uitlegt voordat je op Registreren of Aanmelden hebt gedrukt. Omdat het beweegt, blijf je kijken. En zo neemt én heeft Dropbox de tijd om je uit te leggen dat het een handige app is waarmee je in de bus een back-up kan maken van je foto’s, video’s kan verzenden tijdens je vlucht en in de trein kan samenwerken aan je documenten. De woorden ‘cloud’ en ‘opslag’ komen niet voor. Dropbox legt niet uit wat ze doet, maar wat jij aan de dienst hebt. En aansprekend verschil. Iets waar een externe adviseur die de appmarkt van binnenuit kent, misschien iets voor kan betekenen. 😉

5. Toon je ambitie bij de introductie

Een stukje inspiratie van Uber*
Er is veel te doen om de nieuwe huisstijl van Uber, die het bedrijf begin 2016 introduceerde. Het oude logo met een grote U was volgens veel criticasters veel sterker dan het nieuwe logo; een op het oog vrij generieke punt in een cirkel. Maar als je de app opent, zie je op de meest subtiele manier mogelijk waar Uber voor staat: een vervoersbedrijf dat van A naar B brengt. Nu zijn het personen, maar Uber heeft ongeremde ambities. Het bedrijf mikt op leenauto’s, bestuurdersloos goederenvervoer en zelfrijdende auto’s. Heel wat meer dan de taxidienst die Uber nu is.

Die ambitie is vertaald naar een prachtig, eigenzinnig openingsscherm van de iPhone-app. Op een totaal geabstraheerde ‘kaart’ zie je witte puntjes routes volgen. Soms bewegen ze volgens de krommingen van de ‘kaart’, soms gaan ze er dwars doorheen. En soms kruislings langs elkaar heen. De kaart is bovendien steeds anders van kleur. Soms rood, soms groen, soms blauw. Zo legt Uber de veelzijdigheid van haar vervoer zo minimaal mogelijk uit. Heel eigenwijs, heel krachtig. Als gebruiker voel je ergens al dat je met iets groots te maken hebt.

Hoe eigenzinnig Uber precies is, zie je trouwens terug in de rest van de on-boarding. Na het openingsscherm geeft de app geen uitleg meer. Uber gaat er gewoon vanuit dat je al donders goed weet waarom je de app downloadt. Een luxe die je als appontwikkelaar helaas niet altijd hebt.

Vijf appvragen waar in 2016 antwoord op moet komen

Er staat een hoop te gebeuren in 2016. Je hoeft maar een techsite te openen en je leest over robotisering, internet of things en virtual reality. Maar wat zijn de ontwikkelingen waar we als appmakers mee te maken krijgen? Donderwolk of uitdaging: dit zijn vijf vragen waar appontwikkelaars in 2016 een antwoord op moeten formuleren.

1. Wordt 3D Touch gemeengoed?

Er is al eens een hele blog aan gewijd op de Blogmobile van Working Class Heroes. 3D Touch, de ‘rechter muisknop’ van de iPhone 6s en iPhone 6s Plus die met een diepe druk toegang geeft tot extra informatie op het scherm. Als appmakers benutten we hem vooral voor een snelmenu van een app op het homescreen. Zodat een gebruiker bijvoorbeeld snel naar de zoekfunctie van een app kan, of met één druk meteen zijn favoriete pagina bezoekt.

Appvragen 3D Touch

Een leuke en handige functionaliteit voor wie hem weet te vinden, maar dat is nu net het probleem: het lijkt wel alsof niemand dat doet. Op iCulture plaatste ik dezelfde blog over 3D Touch vanuit het gebruikersperspectief en daar waren de lezersreacties eenzijdig: 3D Touch wordt niet gebruikt. Het zit niet in het systeem van de iPhone-bezitters.

Dat is opvallend, want als er één fabrikant in staat is om een nieuwe technologische functie breed geadopteerd te krijgen, dan is het Apple wel. Denk aan het effect van de App Store voor de (mobiele) economie, swipen vanaf schermranden, de vlucht die pushberichten maakte toen Apple ze omarmden: er zijn genoeg voorbeelden. Maar bij 3D Touch is het dus net even anders. Gaan andere smartphonefabrikanten de doordruk-techniek in hun hardware overnemen? Gaat Apple het zelf doorzetten in andere apparaten? Gaan gebruikers de functie vinden en waarderen? Het is nog maar de vraag of 3D Touch gemeengoed wordt in 2016.

2. Hoe ziet een goede Google Glass-app eruit?

De eerste Google Glass is dood, lang leve de nieuwe Google Glass. De ‘smart glass’ van de zoekgigant komt terug op de markt, maar is dit keer niet gericht op consumenten. Google zet in op de industrie. Chirurgen die de bril opzetten tijdens een operatie, technici die informatie in hun ooghoek raadplegen tijdens een schadeherstel.

Appvragen Google Glass business

Aan het open Google zal het niet liggen. Ontwikkelaars die zich willen uitleven op zakelijke toepassingen van de Google Glass, zal geen strobeed in de weg worden gelegd. En dus is het de vraag hoe een goede Google Glass-app eruit ziet. Waar moet die aan voldoen? Een nauwe integratie met het steeds verder oprukkende internet of things-netwerk ligt voor de hand. Medewerkers die klanten direct te hulp kunnen schieten bij het juiste schap, lositiek managers die bevoorradingsupdates meteen doorkrijgen op hun netvlies.

Het lijkt aannemelijk dat B2B-apps voor de Google Glass vooral in twee categorieën in te delen zullen zijn: live wiki’s en informatieverstrekkers aan de ene hand, on-site procesversnellers aan de andere. Elke keer dat je informatie in een ooghoek ziet, bespaart een keer de smartphone pakken. Aan appontwikkelaars de taak om die hyperefficiëntie te bewerkstelligen.

3. Hoe ontwikkelt de smartwatch zich in 2016?

Op de CES in de eerste dagen dit jaar werd een groot aantal nieuwe smartwatches gepresenteerd. Huawei kondigde een samenwerking met Swarovski aan voor vrouwelijke smartwatches en Garmin, Fitbit en Casio proberen meer sportievelingen voor zich te winnen met nieuwe horloges met sport- en meetfuncties. Voor ontwikkelaars zijn er genoeg kansen en uitdagingen.

Appvragen smartwatch

Maar nu eens deze vraag: heb jij een smartwatch? Wij, deelnemers van de appindustrie, voldoen aan alle voorwaarden. We zijn early adopters, techminded en hebben genoeg geld om een smartwatch te kunnen kopen. En toch kopen we de slimme klokken niet. In Nederland zijn in 2015 slechts 20.000 smartwatches verkocht – en dat is onwaarschijnlijk weinig als je ziet hoeveel aanbod er is in de schappen van bijvoorbeeld een Mediamarkt. Of het nou gaat om Android Wear-watches of langverwachte Apple Watch: het succes blijft vooralsnog uit. En dan moet je voor de grap ook nog eens kijken op Marktplaats en techfora. Buitengewoon veel ‘verrijkte’ horloges staan tweedehands alweer te koop.

Natuurlijk is het als appdeveloper een uitdaging om te kijken hoe jouw app de smartwatch nuttiger of leuker kan maken. Maar de vraag is ook breder te trekken. Wat moet er gebeuren om de smartwatch dit jaar wél populair te krijgen?

4. Welke apps gaan we gebruiken op VR-brillen?

2016 wordt het jaar dat de virtual reality-bril bereikbaar wordt. Er is veel gemor over de prijs van de Oculus Rift – 600 euro, maar het eerste jaar waarin mainstream consumenten VR-brillen kunnen kopen, is daarmee wel aangebroken. Bovendien staan ook fabrikanten als Sony en HTC te popelen om de markt te bestormen met hun brillen.

Appvragen VR brillen

Door de heritage van de Oculus Rift en de PlayStation-inborst van Sony, lijken de brillen vooral aangewend te gaan worden om mee te gamen. Immers geven ze voor het eerst de mogelijkheid om spelers écht in een game te laten kruipen. Het spel door de ogen van de hoofdpersoon te zien. Ook voor video belooft VR interessant te worden. Er komen steeds meer betaalbare 3D-camera’s op de markt en YouTube en Facebook zijn technisch al klaargestoomd voor video’s waarin je zelf kan rondkijken. Of dat nou met het bewegen van een smartphone is, of met een bril op je hoofd.

Een vraag die nog moeilijker is te beantwoorden, is wat apps gaan doen op de VR-bril. Maakt Facebook, nauw betrokken bij de Oculus, een 3D-versie van zijn nieuwsfeed? En verwelkomen we dadelijk een aparte YouTube-app voor 3D-video’s? Grote namen als deze, kunnen de VR-appmarkt een flinke duw in de rug geven. Onverlet is het de vraag of we en wélke apps we willen gaan gebruiken op de VR-bril. Netflix? Sociale media? Nieuws? Een tip voor wie als early adopter op de markt wil duiken: weerapps doen het op elk platform goed.

5. Hoe gaan smartphones zich ontwikkelen?

Het lijkt misschien de saaiste vraag voor 2016, maar het is de meest fundamentele voor appbouwers. Hoe gaan smartphones zich ontwikkelen in het aankomende jaar? Je hoeft de markt maar een beetje te volgen om te zien dat de vlaggenschepen van de grote merken als Samsung, Apple, Huawei, HTC en kleinere merken meer en meer op elkaar lijken.

Appvragen smartphones S6 Edge

Schermen zijn het afgelopen jaar niet nóg groter geworden en op de afgebogen schermranden van de Samsung Galaxy S6 Edge na, telde 2015 niet één designvernieuwing in smartphoneland. De iPhone 6(s) leek met zijn randen op de HTC-toptoestellen; nieuwe HTC’s en Huawei’s lijken weer meer op een iPhone. En inhoudelijk wordt er net zo min vernieuwd. Hier en daar wordt een camera beter, OnePlus introduceerde usb-c op de OnePlus 2 maar liet het daarna weer net zo makkelijk los op de OnePlus X en draadloos betalen via NFC is ook geen gemeengoed meer op nieuwe telefoons. De klapper van vorig jaar? De vingerprintsensor werd steeds vaker geïmplementeerd, maar 3D Touch amper overgenomen.

Het gebrek aan hardwarematige vernieuwingen betekent dat de appmarkt het risico loopt om te stagneren. Het ontbreekt daarnaast ook al even aan nieuwe designrichtingen (denk aan het flat design van iOS 7 en Android Lollipop) die apps een nieuwe kant op duwen of dwingen te moderniseren. Terwijl de vraag is hoe smartphones het komende jaar zullen vernieuwen, ligt de noodzaak van creativiteit en het onderscheidend vermogen de komende tijd nog meer bij de appmakers die willen opvallen en scoren met hun apps.

Dit artikel is een crosspost die ook is gepubliceerd op Emerce.

3D Touch: 5 tips voor de ‘rechter muisknop’ van de iPhone 6s

Met de introductie van de iPhone 6s en iPhone 6s Plus heeft Apple een belangrijke laag toegevoegd aan het bedienen van een touchscreen. 3D Touch laat zich nog het best omschrijven als een rechter muisknop voor de smartphone. Zo kunnen appdevelopers gebruikers nog directer in een app trekken. Het wordt in deze beginfase van de techniek echter nog lang niet altijd slim ingezet. Hier zijn vijf tips voor de implementatie van 3D Touch in je app.

3D Touch in het kort

Nog even terug naar het begin, als je het gemist mag hebben: 3D Touch is Apple’s naam voor een diepe, stevige druk die je kan uitvoeren op het touchscreen van de iPhone 6s en iPhone 6s Plus. De techniek werkt zowel op het homescreen als in apps zelf.

De toevoeging wordt nu vooral ingezet op het homescreen waar alle appiconen zich verzamelen. Met een stevige druk open je niet zomaar de app, maar een menu met snelacties. Vergelijkbaar met het keuzemenu als je op de rechtermuisknop drukt. Het 3D Touch-menu van je app is niks anders dan een verzameling handige snelkoppelingen naar de belangrijkste functies van een app. Als je het goed implementeert, verhoog je daarmee de aantrekkingskracht van je app.

De vijf tips die ik in dit artikel geef, zijn gericht op de toegevoegde waarde van 3D Touch op het homescreen.

1) Open het 3D Touch-menu met een actie

De stelregel van 3D Touch is kinderlijk eenvoudig: geef de gebruiker andere mogelijkheden dan het opstarten van de app. Dat kan immers ook gewoon door op het app-icoon te drukken. De eerste applicaties die 3D Touch inzetten, laten al een consensus zien over hoe het nieuwe snelmenu eruit moet zien. De functie die het dichtstbij het appicoon – de plaats van drukken – zit, is steevast de meest logische actie die je in de app uitvoert.

In mailapp Spark is het bijvoorbeeld ‘New Email’. WhatsApp en Telegram gaan voor ‘Nieuw bericht’, Twitter-app Tweetbot kiest voor ‘Tweet’. In de belapp van Apple zelf open je het numeriek toetsenbord, in browser Safari open je een nieuw tabblad. Het is logisch om bij deze nu al zichtbare trend aan te haken. Een fitness-app? Met één druk neem je een nieuwe hardloopsessie op. Een schademeld-app kan meteen openen met schade melden, een bankieren-app meteen met overboeken. Heet je Marktplaats? Laat gebruikers met één druk een nieuwe advertentie plaatsen. En wat onconventioneler misschien, maar net zo’n aanzet tot actie: wat dacht je van ‘Tip de redactie’ bij een nieuwsapp?

2) Laat gebruikers zoeken met 3D Touch

Kijk je verder hoe de eerste apps 3D Touch inzetten, dan komt nog een veelgebruikte functie naar voren. Veel apps kiezen ervoor om hun ingebouwde zoekfunctie te positioneren in het snelmenu. Zo kan je bij zowel WhatsApp als Telegram je berichten en groepsgesprekken doorzoeken, direct vanaf de ‘rechter muisknop’. Ook mailapp Spark kiest ervoor om de zoekfunctie direct boven de ‘New Email’ knop te plaatsen.

De zoekfunctie is een logische mogelijkheid in het 3D Touch-menu. Je bespaart er simpelweg handelingen mee in een app. Zoek op het weer op een locatie, zoek direct binnen Uitzending Gemist, zoek op dat item op eBay, of zoek direct op de hoogst gewaardeerde restaurants in de buurt met TripAdvisor.

3) Speel in op actualiteit

Tot nu toe vergelijk ik 3D Touch steeds met de rechter muisknop op de desktop, maar dat is vooral omdat het een helder vergelijk is. In werkelijkheid in 3D Touch echter veel slimmer. Apple staat het namelijk toe dat je als ontwikkelaar zelf contextueel kan omspringen met de inhoud van het snelmenu.

Een goed voorbeeld daarvan is Twitter-app Tweetbot. Die geeft je niet alleen toegang tot het snel schrijven van een tweet en de zoekfunctie, punt 1 en 2 dus, maar speelt ook in op de pushmeldingen die je krijgt in de app. Zo kan je direct vanuit het snelmenu reageren op de laatste vermelding die je krijgt op Twitter. Het scheelt de hele timeline én je laatste vermeldingen laden in de app.

Er zijn meer voorbeelden denkbaar van wanneer actualiteit vanuit het snelmenu echt iets kan toevoegen. De festivalapp geeft informatie over de artiest die nu optreedt. De nieuwsapp geeft je direct toegang tot het nieuws dat de dag bepaalt. En wat te denken van de toepassing bij een weerapp, waarmee je afhankelijk van het weer toegang hebt tot een buienradar of weerwaarschuwing? Met 3D Touch kunnen gebruikers uitermate krachtig worden bediend.

4) Geef gebruikers de touwtjes in handen

Net als bij alle andere innovaties die Apple doorvoert in haar besturingssysteem iOS, staat een aantal apps voor echte powerusers vooraan als het gaat om experimenteren met 3D Touch. Workflow en Launch Center Pro zijn twee apps die zich al een tijd richten op slimmigheden en shortcuts in iOS, en dat is nu niet anders. Ze openen de ogen voor wat er meer mogelijk is.

In Launch Center Pro stel je als gebruiker echt zelf in wat je in het 3D Touch menu wil. Een leuke mogelijkheid is bijvoorbeeld dat je direct je favoriete websites kan openen. Je stelt de websites in in de app, en kan ze daarna direct benaderen via het snelmenu.

Koppel je het zelf kunnen inrichten van het 3D Touch-menu terug naar eerder genoemde voorbeelden, dan gaat er een wereld aan mogelijkheden open. Zo kan je in praktisch elke app bepalen welke pagina je van die app direct wil openen. Het nieuws en de buienkaart geselecteerd op plaats, advertenties met je favoriete zoekopdracht in Marktplaats of een snel bericht naar je favoriete contact in WhatsApp. Bij Uitzending Gemist wil ik meteen de laatste Wie Is De Mol kunnen terugzien, bij YouTube meteen de laatste video van mijn favoriete kanaal starten. En denk ook eens aan Spotify: direct toegang tot je eigen offline afspeellijsten? Voor mij is het gesneden koek. Jij hebt misschien liever toegang tot de Nieuwste releases. Een app wordt aantrekkelijker zodra hij op de persoon is toegespitst.

De reden dat dit punt 4 van de lijst is en niet punt 1, is geen toeval. De gebruiker zelf de touwtjes in handen geven, is namelijk ook de moeilijkste toepassing van 3D Touch bij apps. Je moet alle belangrijke functies en pagina’s kunnen indexeren – iets waar een app wel op gebouwd moet zijn. Bovendien bedien je wellicht alleen de kleine schare, meest fanatieke gebruikers van je app. Een goed voorbeeld is nieuwsapp NU.nl. Iedereen schreeuwt al tijden van de daken dat nieuwspersonalisatie belangrijk is, maar in praktijk wordt het zelf sorteren en rangschikken van je favoriete nieuwsonderwerpen maar door een kleine minderheid van de app gebruikt.

5) Vertel de gebruiker over 3D Touch

Het lijkt een inkoppertje, maar het is niet over het hoofd te zien. Meld de gebruiker dat je app 3D Touch ondersteunt. Niet alleen in de App Store-omschrijving van de laatste update, want apps updaten bij veel gebruikers automatisch en zo wordt je vernieuwing waar je zoveel tijd en moeite in hebt gestoken, domweg over het hoofd gezien. Meld het ook in de app zelf, aan de hand van een pop-up scherm na het installeren van de update.

3D Touch is een ‘onzichtbare’ interface. Het is er niet, tenzij je ervan weet of het per ongeluk een keer ontdekt met een stevige druk. Vergeet dat niet. Er zijn hele groepen iPhone-gebruikers die nog niet weten dat ze vanaf de linker schermrand kunne vegen om terug te gaan naar de vorige pagina. Dat zal bij 3D Touch niet anders zijn. Werknemers die de nieuwste iPhone ‘gewoon’ van de baas krijgen of mensen die ‘gewoon’ de nieuwste iPhone kopen, weten misschien helemaal niet wat 3D Touch is.

Het zou zonde zijn als dat te lang zo blijft. 3D Touch biedt geweldige mogelijkheden om gebruikers nog beter te bedienen met een app, nog betrokkener te krijgen en nog vaker een app te laten opstarten. Maar dan moet het wel gemeengoed worden. Onder veel apps, en vooral onder veel gebruikers. Alleen daarom ligt er bij ‘ons’ appmakers al een belangrijke taak om 3D Touch niet alleen te implementeren, maar ook te communiceren.

Dit was een gastbijdrage van Bart Breij, eerder werkzaam als appreviewer voor iCulture.nl. Bart geeft bedrijven nu advies over het bouwen en profileren van apps onder de naam Appmeister.

Wat kunnen mobile app developers leren van Facebook?

In strijd met berichten die melden dat Facebooks populariteit afneemt onder jongeren, blijft het sociale medium maar groeien. Van 890 miljoen actieve gebruikers aan het eind van 2014, tot 936 miljoen nu. Er lijkt geen einde aan te komen. Maar dat heeft Facebook helemaal zelf afgedwongen. Wat kunnen app ontwikkelaars leren van het grootste sociale netwerk ter wereld?

Les 1: Meet zoveel mogelijk

Meten is weten. Dat weet Facebook als geen ander. Liefst 700 sensoren zijn in de app aan het werk om te zien hoe lang je de applicatie in een sessie gebruikt. Bij wat voor een bericht je de app afsluit – en hoe oud dat bericht is. Bij welke berichten je doorscrollt, en waar je blijft hangen. Of je reageert op zielige berichten, of je iemand feliciteert. Met die bagage weet Facebook voor iedereen een relevante nieuwsfeed te maken.

Leren van Facebook meten is weten copy

De hele app doorlichten zoals Facebook het doet, vergt enorme ontwikkelingskosten en tijd. Het is bovendien niet bevordelijk voor het batterijverbruik van de smartphone van gebruikers. Verwijder Facebook maar eens. Je telefoon gaat direct langer mee op een lading. Maar meten kan ook erg eenvoudig. Door Google Analytics te hangen aan onderdelen in je app, zie je hoeveel gebruikers die onderdelen opvragen en hoe lang ze erop zitten. Valt die pagina die een hoofdrol speelt in je navigatiebalk, qua bezoekers ronduit tegen? Dan wordt het tijd om de navigatie in de app opnieuw in te richten.

Les 2: Verras steeds met iets nieuws

Facebook is samen met WhatsApp de app die Nederlandse smartphone gebruikers het vaakst op een dag openen. Het is een reflex geworden. Verveelmomentje? Open Facebook. Het sociale netwerk heeft die unieke luxe niet alleen veroverd omdat al je kennissen en familie berichten plaatsen op het netwerk. Je opent de app ook omdat je weet dat je iets gaat zien, wat je nog niet eerder hebt gezien. Facebook onthoudt welke berichten je al hebt gelezen, en zelfs als je de app een minuut later nog eens start, krijg je al andere berichten te zien. Facebook is allang afgestapt van het idee dat je altijd de nieuwste berichten wil lezen. Je wil vooral verrast worden. Geen dingen missen. Daarom zie je elke keer dat je de app opent, iets anders. Als gebruiker die de moeite neemt de app te openen, word je zo elke keer beloond.

Facebook News Feed screenshots

Maak je een app voor een festival? Licht dan elke keer een andere artiest uit. Een gezondheidsapp? Geef elke keer een nieuwe sport- of eettip. Biedt je app geen oneindige hoeveelheid informatie om steeds iets nieuws en actueels te laten zien, werk dan met andere variabelen. Een goed voorbeeld is Triposo. De populaire reisgids-app schotelt informatie voor op basis van het moment van de dag. Vanaf een uur of 11 krijg je een lunchtip; in de middag worden musea aanbevolen en ’s avonds heb je toegang tot de leukste cafés en discotheken.

Les 3: Pas de app aan op de gebruiker

Door de extreme hoeveelheid gemeten informatie, weet Facebook precies wat je wilt zien. Het bekijkt bijvoorbeeld van wie je veel berichten liket. Grote kans dat je meer berichten van die persoon te zien krijgt. Vertaal dat eens naar een nieuwsapp, zoals NU. Nieuwsapps werken nu nog vanuit de redactiegedachte in plaats van de lezer. De redactie bepaalt wat de topverhalen zijn. Maar als NU weet dat jij alles leest over de crisis in Griekenland, en je daarom altijd beloont met het laatste nieuwsbericht daarover… zou NU dan niet nog meer gebruikersbetrokkenheid creëeren?

Of vertaal die persoonlijke benadering naar een weerapp. Die zijn in vergelijking met Facebook ronduit statisch. Maar wat als je in de weerapp meet dat een gebruiker vaak de temperatuur overslaat en de regenkaart raadpleegt? Begin dan met de regenkaart. Beloon de gebruiker – en verleid hem dan dan ook de temperatuur later op die dag te bekijken. Met een interessante weerquote waarvoor je maar even hoeft te scrollen bijvoorbeeld. Of een aandachttrekkende badge op het tabblad temperatuur.

Facebook nieuwsfeed screenshot

Les 4: Blijf testen

Natuurlijk had ook Facebook niet meteen geld en kracht om 700 gegevens te meten in de app. Er zijn ook hele andere manieren om te kijken wat wel werkt en wat niet in de applicatie. Het beste is: gewoon testen. Verander de positie van een onderdeel en kijkt hoe erop wordt gereageerd. Facebook is er heer en meester in. Weet je nog dat het hoofdmenu ooit een aparte pagina met negen knoppen was? Toen introduceerde Facebook het hamburgermenu, het vanuit links uitschuifbare menu dat zoveel apps hebben overgenomen. Maar Facebook zelf, die is er alweer vanaf gestapt. De appnavigatie staat nu gewoon weer onderin.

Die voortdurende keuzes en doorontwikkeling heeft Facebook geen windeieren gelegd. Het sociale netwerk blijft maar groeien, gebruikers blijven maar komen en sterker nog: steeds meer mensen die zich ooit hebben aangemeld en Facebook links lieten liggen, gebruiken het nu alsnog actief. Van 60 procent in 2013 tot 65 procent van de aangemelde leden nu. Meten is weten – dat mantra bestond niet voor niets al heel lang. Maar als er nu één partij is die dat momenteel onderstreept, is het Facebook wel.

Dit artikel is een gastbijdrage van Bart Breij, appadviseur van beroep. Onder de noemer Appmeister helpt Bart bedrijven met het profileren, communiceren en succesvoller maken van hun apps.

 


Apple Watch app maken of laten maken? Hier zijn vijf tips

De eerste reviews over de Apple Watch zijn niet zonder kritiek, maar toch zijn de techsites unaniem: de Apple Watch is de beste smartwatch op de markt. Het is hét slimme horloge om rekening mee te houden als je voor de pols wil ontwikkelen. Bart Breij, appadviseur van beroep, geeft Working Class Heroes vijf tips over het maken of laten maken van een Apple Watch-app. Waar moet je rekening mee houden?

Apple Watch Apps voorbeelden-resized
Bron: MacLife.

1. Ontwerp voor de pols

De Apple Watch is geen kleine iPhone. Het is geen geslonken versie van het mobiele scherm waar je zo gewend aan bent geraakt. Het is een ander apparaat. Al die informatie die je in je smartphone-app hebt zitten, past simpelweg niet op de Watch. En dat zet aan tot denken. Wat zijn de belangrijkste functies van je app? Voor welke functies heeft de gebruiker je smartphone-app in eerste instantie gedownload, en welke functies gebruikt ze daadwerkelijk het meest? Zet dié zo doeltreffend mogelijk om naar de pols.

Shazam Apple Watch luisteren-resized

Een goed voorbeeld is Shazam, de bekende app om muziek die je hoort te scannen. Waar de smartphone-app inmiddels is volgehangen met hitlijsten en scans van vrienden, doet de Apple Watch-app alleen datgeen waarvoor je de app in eerste instantie downloadde: muziek scannen met één druk op de knop. Ook TripAdvisor pakt het goed aan. De reisapp vol tips voor hotels, restaurants en attracties, gooit de uitgebreide filters overboord op de Watch en laat je puur aanraders op directe loopafstand zien. Bij een nieuwsapp wordt het lastiger. Ondanks dat Apple de ‘crown’ heeft geïntroduceerd om soepel mee te scrollen, zijn lange teksten op de Watch alsnog lastig. Maar nieuws brengen op de Watch kan ook gericht. Zo brengt CNN headlines precies ter grootte van het beeldscherm.

TripAdvisor Apple Watch ap-resized

2. Leg uit wat je app met Force Touch kan

Force Touch is een van de grootste vernuften van de Apple Watch: de mogelijkheid om het scherm ‘dieper’ in te drukken zonder dat je het daadwerkelijk indrukt, is een bijzonder staaltje techniek. Maar omdat de diepere druk nog geen gemeengoed is in touchscreens en voor apps, is de Force Touch nog lang niet zelfsprekend voor gebruikers. Het is daarom noodzaak gebruikers uit te leggen wat Force Touch voor jouw app doet. Welke actie kan je ermee uitvoeren? Leg het uit bij de eerste keer opstarten van de app op de Watch, in een uitlegscherm op de aanverwante iPhone-app en misschien nog wel een extra keer als de functie belangrijk is voor je applicatie. Zo ongewoon als swipes vanaf schermranden in het begin waren op de iPhone, zo ongewoon is Force Touch nu op de Watch. Daarom is het raadzaam de gebruiker daarmee op weg te helpen.

3. Laat de instellingen over aan de iPhone

Apps op de Apple Watch zijn vooralsnog gebonden aan de bijbehorende iPhone-app: je kan geen Watch-apps downloaden of draaien zonder de iPhone-app erbij te downloaden. Dat gegeven kan je als ontwikkelaar naar je hand zetten om de Watch-app gebruiksvriendelijker te maken. Door de instellingen van de applicatie te verhuizen van de pols naar het iPhone-scherm, kan je de Watch-app lekker clean houden. Zo hoeven je gebruikers niet te priegelen met instellingen op het compacte scherm.

Railify iPhone treintijden op Watch-resized
Bron: iPhoned.

Een goed voorbeeld hiervan is het kleine Nederlandse appje Railify (afgebeeld op de pols), dat treintijden op de Apple Watch bevat. Op de iPhone stel je alvast je eigen ‘thuisstation’ in en voer je je favoriete treintrajecten in. Op de Watch zie je vervolgens de vertrektijden door alleen maar op ‘Naar huis’ of ‘Favorieten’ te drukken. Zo worden gebruikers geholpen, in plaats van uitgedaagd te klooien met instellingen.

4. Maak shortcuts naar je informatie

De grootste kritiek op de Apple Watch tot nu toe is de snelheid van de apps. Of liever gezegd de langdurige laadschermen die je ziet voordat je een app hebt geopend. Apple Watch-apps staan namelijk niet op de Apple Watch, maar functioneren vanaf de iPhone. De Watch krijgt een commando door een app te openen, de app wordt geladen vanaf de iPhone en wordt dan op de Watch getoond. Dat is niet erg handig, maar het houdt wel in dat je er rekening mee met houden bij appontwikkeling. Als je Watch-app maar één belangrijke functie heeft, wil je niet wachten op het laden van álle informatie in de bijbehorende iPhone-app. Zorg daarom dat de informatie die je op de Watch wilt laten zien compact is, en snel benaderbaar is.

5. Wacht op september, want dan wordt het beter

Het kwam al naar voren in de vorige punten: de grootste kritiek op de Apple Watch is dat de apps zo lang doen over opstarten, omdat informatie voor de Watch-app nog van de iPhone moet worden geladen. Maar dat verandert.

Naar verwachting wordt het vanaf september mogelijk om native apps voor de Apple Watch uit te brengen. Applicaties kunnen dan direct op de Apple Watch draaien, wat een wereld van verschil kan gaan maken in de opstarttijd. Vanaf dat moment gaan de deuren ook wagenwijd open voor een van de meest veelbelovende opties van de Watch, die in deze lijst nog niet eerder naar voren kwam: de Glance. Dat is het scherm dat je van een app te zien krijgt op het moment dat je de pols naar je gezicht richt. Nu is die functie nog een ondergeschoven kindje, omdat gebruikers niet secondenlang willen wachten tot ze iets op hun scherm zien. Maar dat kan in september dus wel eens anders zijn. Overweeg dus niet alleen om te wachten tot september, maar denk er ook aan hoe je gebruikers op het goede moment precies de goede informatie kan laten zien. Dát is misschien wel de essentie van ontwikkelen voor de Apple Watch.

 


Meerkat’s virability: drie lessen voor app-ontwikkelaars

Zelden bestormde een nieuwe applicatie zo snel Apple’s App Store als Meerkat. De livestreaming video-app had zonder meer zijn timing mee: het was al even geleden dat een app zich zo puur op het live uitzenden van video had gericht. En de release een week voor de SXSW-startup conferentie in San Francisco was eveneens uitgemunt en uitmuntend. Maar de echte reden dat Meerkat zo snel de talk of de town werd, zat hem in iets anders. De app was volledig ingericht op enorme virability. Verspreidbaarheid. Meerkat moest zich zo snel mogelijk verspreiden. En dat lukte. Door drie slimme trucjes werd Meerkat binnen een week een gigantische hype.

1login

1. Meerkat koos het enige goede sociale netwerk uit

Om Meerkat te gebruiken en live video uit te kunnen zenden, moest je inloggen met je Twitter-account. De meeste applicaties kiezen voor een account aanmaken via Facebook, Google+ of een ‘ouderwets’ mailadres. Meerkat koos voor Twitter, en dat was een uitstekende keuze. Twitter is immers het snelste sociale netwerk van het hele stel. Een live-gebeurtenis kan zich razendsnel ontpoppen op Twitter en duizenden volgers kunnen meteen aanhaken op de actualiteit.

Logisch dus dat je daarop inzet met een livestreaming-app. Als je een stream aankondigt op Twitter, heb je de grootste kans om die nog live mee te maken. Dezelfde aanpak zou niet hebben gewerkt bij Facebook (waarin iedereen een eigen tijdlijn heeft), Google+ (waar weinig engagement zit) of LinkedIn, waarop berichten vaak pas dagen na de plaatsing pas worden gezien door je netwerk. Instagram was eveneens een no-go: daarop kan je als andere app geen berichten plaatsen en bovendien kan je geen links zetten bij Instagram-berichten.

Meerkat koos er voor om op het enige juiste, breed omarmde en live-gerichte sociaal netwerk aan te haken en dat bleek een meesterzet. De kans dat mensen een stream konden oppikken was hoog, en dat verhoogde ook weer de bereidwilligheid om zelf Meerkat ook eens te proberen. Dat je moest inloggen met je Twitter-account om een stream te kunnen afspelen, leverde veel beklag op. Maar daar schuilde Meerkats tweede wapenfeit van de virability in.

2screens

2. Meerkat stuurde mensen naar de App Store

Je moest dus inloggen met je Twitter-account om een video af te kunnen spelen. En dat leverde veel klachten op. Maar het was tegelijk ook een onvoorstelbaar slimme truc van Meerkat. Als je vanuit je favoriete Twitter-app op een Meerkat-stream drukte, kwam je op een mobiele webpagina terecht. Daarin had je slechts twee keuzes. OF inloggen met je Twitter-account (naam + wachtwoord dat je maar net bij de hand moet hebben) om de livestream af te spelen, OF de Open in Meerkat-knop rechtsboven drukken. Een belofte dat als je de app had gedownload, meteen zonder morren alle streams kon bekijken. De logische keuze. Want browsers in een app hebben nou niet bepaald de reputatie dat ze je wachtwoord onthouden.

Voor de gebruiker was het een simpele keuze: of elke keer inloggen als je een Meerkat-stream opent in je timeline, of eenmalig de app downloaden en van het gezeur af zijn. Zo heeft Meerkat ongetwijfeld heel veel downloads gegenereerd. En als je de app eenmaal had gedownload, volgde de slimste van de drie Meerkat-stappen…

3logo

3. Meerkat speelde een beetje vals

Als je de eerste keer Meerkat opent na het downloaden, moet je alsnog inloggen met je Twitter-account. Dat deed je, want je wist: het hoeft nu nog maar een enkele keer. Daarna beland je in het hoofdscherm van Meerkat waar niet zoveel te doen is. Misschien was dat een kwestie van tijd omdat Meerkat nog even snel voor de SXSW-conferentie uitgebracht moest worden. Maar misschien was het bewust. Met maar twee knoppen in beeld, was het nogal verleidelijk om die uit te proberen. Een knop om een aankondiging voor een stream te doen, een andere knop om direct te streamen.

Meerkat vraagt na het drukken op die stream-knop of het toegang mag hebben tot je camera. En daar zat de sluwe derde stap voor de virability van Meerkat. Zodra je die toegang gaf, zat je niet alleen meteen in een livestream, maar plaatste Meerkat ook direct een tweet op je Twitteraccount waarop je live-uitzending gecommuniceerd werd. Zonder te weten hoe, kon je zo al enkele kijkers vergaren voor je livestream. Kijkers die je kende uit je Twitter-netwerk en nog live tijdens het streamen zag binnenkomen ook. Hoeveel gebruikers zullen daardoor niet overvallen zijn? Dat je niet alleen meteen live was, maar ook nog eens je stream communiceerde aan de buitenwereld? En ook alle reacties die mensen op je livestream gaven, werden direct van Meerkat doorgespeeld naar Twitter. Alles wat je op Meerkat deed, was dus inzichtelijk op Twitter. Noem het ongewenst, noem het vals, maar het was Meerkats meestermove.

Geweldige tunnel van kijker naar gebruiker

Het was de afsluitende stap in Meerkats geweldige tunnel om van een kijker een gebruiker te maken. Ga het maar na bij jezelf. Je zag een link op Twitter en drukte. Je downloadde de app omdat je niet op een mobiele pagina wilde inloggen met Twitter. En je streamde vervolgens zelf ook al door maar 1 knop te drukken in de app. Waarmee je andere gebruikers ook weer de tunnel in joeg op Twitter.

Vanzelfsprekend lenen niet alle applicaties zich voor deze tunnel en zijn ook niet alle gebruikers amused met deze agressieve aanpak. Bovendien kan het zelfde trucje eigenlijk niet op Facebook: je moet apps namelijk explicitiet toestemming geven om berichten te plaatsen op Facebook en je denkt wel even twee keer na voordat je dat doet. De kans is zelfs aanwezig dat Twitter na Meerkat eenzelfde maatregel neemt. Maar hoe dan ook toont Meerkat hoe je met een agressieve tunnel een enorme virability kan genereren en je app in de belangstelling zet. Zelfs, of misschien wel juist, als je die ophangt een andere bestaande gebruikersdatabase.